


De Dwerguil is de kleinste Europese uil. De soort id gewoonlijk donkerrood tot grijsbruin. De rug is wit gevlekt en de onderkant gestreept bruin en donkerwit. De Dwerguil heeft een opvallende witte kraag rond de achterkant van de nek, deze loopt niet door naar voren. De staart is bruin tot grijsbruin met vijf smalle witte strepen. De gezichtsschijf is tamelijk onduidelijk met eenwitte achtergrond en lichte bruine cirkels rond de gele ogen. DE pten zijn gevederd en de klauwen donker met zwarte punten.
De soort is een zeer zeldzame dwaalgast in Nederland met een waarneming in 2005. Deze soort komt vooral voor in Noord Europa en vandaar in Oostelijke richting naar Siberie. De volwassen exemplaren zijn over het algemeen standvogel en trekken allee ngedurende strenge winters richting het Zuiden. De juvenielen zijn nomadisch buiten het broedseizoen. De Dwerguil is vooral in de ochtend en avond schermering actief. DE mannetjes zijn zeer territoriaal en kunnen een nest territorium tot zeven jaar achter elkaar gebruiken.
Biotoop
Komt vooral voor in naaldbossen in de bergen. Heeft een voorkeur voor half open volwassenen bos met openingen. Het nest wordt vaak in de buurt van moerasachtig terrein gebouwd in verband met toegang tot water.

bron natuur
De sperwer heeft een kenmerkende manier van jagen,
de vogel vliegt behendig langs struiken en tussen bomen door.
De vogel vliegt hierbij in een cirkelvormige vlucht,
afgewisseld met telkens drie of vier vleugelslagen.
Ondertussen speurt de sperwer naar zangvogels die in een
verrassingsaanval gevangen worden.
.jpg)
Algemeen
Het mannetje heeft grijze bovendelen en roodbruin gestreepte onderdelen. Hij is iets groter dan een merel. Het volwassen vrouwtje is duidelijker dwarsgestreept op de borst en onderzijde van de veren. De bovenzijde van het vrouwtje is bruiner dan die van het mannetje. Het vrouwtje heeft een lichte streep boven het oog, ontbreekt gewoonlijk bij het mannetje.
Het gaat erg goed met de Sperwer. Na het verbod op zware pesticiden zoals DDT, kent hij een ware come-back. Het aantal sperwers is waarschijnlijk nog nooit zo groot geweest als in 2000, toen SOVON 4.000 tot 5.000 paren registreerde. Sperwers hebben de afgelopen 30 jaar grote delen van Nederland gekoloniseerd vanuit enkele bolwerken bestaande uit uitgestrekte naaldbos-plantages. Opvallend is dat sperwers ook gebieden opzoeken waar minder naaldbos voorhanden is dan in de gebieden die als springplank werden gebruikt. De mannetjes hebben het vooral gemunt op kleine zangvogels, zoals mussen, de vrouwtjes doen zich te goed aan lijsters en duiven. Vrouwtjes ruien niet na het broedseizoen, maar tijdens het uitbroeden van de eieren. Razend snel vervangt zij haar verenkleed om na het uit komen van de jongen gelijk te kunnen helpen met voedsel zoeken.

Biotoop
Sperwers broeden van april tot juli. Precies dé periode dat er veel jonge zangvogels zijn uitgevlogen. Er is dus veel voedsel voorhanden. Sperwers, eens schuchtere bosvogels, komen tegenwoordig steeds vaker voor in dorpen en steden. Ze broeden het liefst in monotone naaldbossen of in loofbossen met een florerende ondergroei van struiken

Huppelende dwerguil
Wist u dat een dwerguil verschillende jachttechnieken heeft;
loerend vanaf een paaltje,
huppelend over de grond of jagend vanuit een lage vlucht.
Het voedsel van de steenuil is aangepast aan zijn grootte,
hij jaagt weleens op muizen maar ook veel op regenwormen,
kevers, andere insecten en soms kikkers.

Hoewel de patrijs momenteel niet bejaagd mag worden,
behoort dit veldhoen nog steeds tot onze jachtvogels.
Plaatselijk hebben de pogingen om de stand op te vijzelen flink succes,
waardoor de toekomst er voor dit markante wild weer beter uit begint te zien.
Indeling
Samen met kwartels vormen patrijzen de onderfamilie veldhoenders van de Phasianidae.
De Latijnse naam Perdix werd reeds door de Romeinen gebruikt.
Het is waarschijnlijk een onomatopee: een klanknabootsende naam.
Deze is afgeleid van de alarmroep van de patrijs, het schel klinkende "per, per, per".
Beschrijving
De patrijs (Perdix perdix) is een ongeveer 30 cm lange, gedrongen vogel.
De oudervogels hebben een rode kop en - vooral de haantjes - bruine,
vaak hoefijzervormige borst-veren. De buitenste slagpen is kleiner dan de andere en eindigt rond.
De kop van jonge patrijzen is grijs. Zij hebben geen donkere borstveren,
en de buitenste slagpennen zijn spits.
Overjarige patrijzen hebben grijze poten, die van de jongen zijn geel.
In oktober/november verdwijnen deze verschillen,
behalve die tussen de slagpennen. De normale roep is een scherp "kirrek".
Patrijzen komen voor in groepen, die kluchten worden genoemd. ’s Zomers bestaan deze uit ouders en jongen.
Groepen volwassen patrijzen in de zomer wijzen op een slecht broedseizoen.
Van augustus tot april vinden er hergroeperingen plaats, ter beperking van bloedverwantschap tijdens het voortplantingsseizoen.
Biotoop
De patrijs is een steppebewoner en cultuurvolger. Pas na het opkomen van de landbouw vestigden patrijzen zich in onze streken.
Er zijn parallellen met het haas: de populatieontwikkeling van beide soorten vertoont grote overeenkomsten.
Alleen is de patrijs kritischer, dus kwetsbaarder. Patrijzen zijn standvogels;
de soort is een algemene broedvogel in niet-vochtige gebieden.
Ze ontbreekt in uitgestrekte veenweidegebieden en op de Waddeneilanden,
met uitzondering van Texel. Het kritieke (dichtheids-) niveau ligt op ongeveer 0,7 vogel per ha, ofwel 35 paartjes per 100 ha.
Komt de stand boven dat maximum, dan verspreiden de patrijzen zich, omdat bij zo’n hoge nestdichtheid de kans op
nestverlies sterk toeneemt.
Voortbeweging
De patrijs is in principe een loopvogel. Het vliegen gaat laag boven de grond, met korte, snorrende vleugelslagen,
afgewisseld door "zeilen". Voedsel: Onkruidzaden en plantenscheuten plus insecten en larven (kuikens).
Vooral muursoorten zijn van groot belang. Voor de kuikens zijn insectenaantrekkende gewassen zoals wintertarwe,
wintergerst, rode en witte klaver, lucerne, winterkoolzaad en wilde grassoorten van essentieel belang.
Voedsel zoeken gebeurt op het gezicht, van zonsopgang tot zonsondergang. De waterbehoefte wordt gedekt vanuit het voedsel,
en door druppels op en aan de planten. Dit maakt patrijzen erg gevoelig voor gewasbestrijdingsmiddelen.
Een dagelijks stofbad helpt tegen parasieten en verwijdert grondresten aan de poten.
Voortplanting
Aan het eind van de winter vindt paarvorming plaats. Ieder paar heeft een vast gebied,
dat door de haantjes kraaiend wordt afgebakend. Hierdoor kan in maart, wanneer de gewassen nog laag zijn,
de voorjaarspopulatie worden geteld. Het nest ligt op de grond in de nabijheid van de dekking.
Het is een summier bekleed kuiltje in de lage, kruid achtige begroeiing.
Het hennetje legt ongeveer vijftien eieren die zij alleen bebroedt, 24 dagen lang.
Soms "legt" een fazantenhen in een patrijzennest "bij".
Het gros van de nestvliedende kuikens komt uit in de eerste weken van juni.
Beide ouders verzorgen de jongen en verdedigen deze fanatiek,
onder meer door vijanden af te leiden met het simuleren van vleugellamheid. Na tien weken zijn de jongen volwassen.
Niet volwassen jongen in september zijn afkomstig van vervangende legsels.
Een warme, droge junimaand is echter de eerste vereiste voor broedsucces.
De eerste drie weken eten de kuikens uitsluitend insecten. Na de derde week eten ze steeds meer onkruidzaden.
De kritieke perioden zijn die van het leggen van de eieren (half april tot half mei),
het broeden (half mei tot half juni) en het grootbrengen van de kuikens (half juni tot half juli).
De overlevingskansen van de jongen is voor 35% verantwoordelijk voor schommelingen van de herfstpopulatie.
Hierbij is de beschikbaarheid van insecten in juni de sleutelfactor.
Per dag heeft een kuiken 5,5 gram insecten nodig. Hiervoor moet het in de steppe en ook in grasland 100 meter afleggen,
en in een onkruidrijk, onbespoten graanveld 163 meter,
maar in een met herbiciden behandeld graanveld 557 meter! Bij nat weer brengen de kuikens een groot deel van de
dag onder moeders vleugels door en blijft er veel klei aan de poten kleven. Dit,
in combinatie met parasieten en predatie, wordt de meeste kuikens funest.
Het aantal per hen grootgebrachte kuikens varieert van twee in een slecht jaar tot zes in een goed jaar.
Het gemiddelde is 3,14. In de zomer sterft - door natuurlijke oorzaken - 10% van de hennen en 5% van de hanen.
De wintersterfte bedraagt nog eens 25 - 40% van de totale populatie.
Vijanden en bedreiging
Maaien vóór half juni. Te weinig verscheidenheid in terrein en voedselaanbod. Verdwijnen van dekking.
Te veel predatoren, zoals kraaiachtigen. Landbouw-machines, herbiciden en insecticiden.
Het ontbreken van voedsel voor kuikens in het voorjaar en voor de volwassen dieren in de zomer en winter.
Extreem natte weersomstandigheden.
Jacht gesloten
Helaas is de jacht op patrijs sinds 1 juli 1998 gesloten. Echter zo lang de vogel nog wel als wild in de wetgeving is opgenomen,
kan de minister de sluiting ook weer ongedaan maken.
Dat zou plaatselijk kunnen gebeuren, in gebieden waar de stand momenteel nog goed is.
De achteruitgang van de patrijzenstand in Nederland is een gevolg van het verdwijnen van biotopen en het toepassen
van bestrijdingsmiddelen in de landbouw, en niet van de jacht. Integendeel:
de jacht is zelfs een wezenlijk onderdeel van succesvol patrijzenbeheer en een voorwaarde voor het behoud van deze vogel.
Dit heeft te maken met het feit dat, hoe ouder een spannetje patrijzen wordt,
hoe groter het leefgebied is dat zij voor zichzelf opeisen. Dat kan oplopen tot een factor 10.
bron natuur
Welkom bij Clubs!
Kijk gerust verder op deze club en doe mee.
Inloggen met Hyves
Inloggen met Facebook
Inloggen met Google
Inloggen met Windows Live
Inloggen met Twitter Wat is dit?Je kan je ook aanmelden via een van bovenstaande partner websites. Klik op het icoontje en je bent direct ingelogd op Clubs.nl
Of maak zelf een Clubs account aan:
Aanbevelingen door leden:
redroses



Een mooie club van vogels en veel info daar over..




Welkom op deze zo gezellige club van Zwanenlady en kom gerust binnen om een kijkje te nmen !!
Statistieken
Deze week jarig
Geen jarigen deze week.
Aanbevelingen

Ik zit voor mijn raam en kijk naar buiten .
En begin te dromen over jou .
Over onze liefde en trouw .
Ik zie alles zo mooie voor me ,
maar wacht toch nog steets op jou .
Ik weet dat het goed gaat komen .
Daarom blijf ik dromen dat me geliefde snel mag komen .
Dan begint echt het nieuwe leven .
Zo als er gezegt word rond de Passen .
De vogels legen weer eieren in hun nest .
Dat is toch een mooi geschenk dat we krijgen .
Dromen is dus echt niet zo slecht .
Mogen al jullie dromen goed uit komen .
Dat is me grootse wens van een goed mens ;)
Zwanenlady
Ik zit hier in mijn nestje
Ik zit hier in mijn nestje
te wachten op mijn moe
terwijl ik onder het wachten
mijn bek vast open doe.
Want als ze straks terug komt
maak zij mij blij van zin
dan komt ze met een wurmpje
dat mikt ze zo erin.
Zo voel ik als jong vogeltje
mijzelf hier wel best
op tijd een hapje eten
en de warmte van het nest.
Geschreven door Zoef,
Een vogel...
soms wou ik dat ik een vogel was,
dan kon ik vliegen naar verre landen
vliegen naar ergens-nergens
kijken waar de wind me naartoe brengt
maar het liefst van al waar ik naartoe wil is,
is naar jou, mijn lieveke
want ik kan me een leven zonder jou niet meer voorstellen
je bent het liefste dat ik wou!
ook al heb ik er veel moeten voor doen,
ik laat je nooit meer in de steek...
Kimberley
Er lacht een vogel naar jou
Er lacht een vogel naar jou
Er lacht een zon naar jou
Er lacht een bloem naar jou
Er lacht een ster naar jou
Er lacht een vlinder naar jou
Er lacht een vriend naar jou
Ik
dacht die past hier ook wel goed .
dus even maar gedaan .
Catharina
Zonder woorden.
Kon ik maar,een vogel zijn.
Dan streek ik neer,op jouw balkon.
Om naar jou,te kunnen kijken.
Tot het ondergaan,van de zon.
Misschien,zou ik met mijn snavel.
Zachtjes tikken,op je raam.
en dan plukte ik,mijn mooiste veertjes.
En schreef daarmee,jou naam.
kon ik maar,een vlinder zijn.
Dan vloog ik,regelrecht naar jou.
Met in mijn pootjes,een bloemenhart.
Met de tekst,ik hou van jou.
En als jij,van dat hart zal eten.
Zou je worden,zo als mij.
En dan zouden we samen,vliegen.
ver de regenboog,voorbij.
Bron onbekend